viewSaw the words “lifelong learners” in the announement of a summer school somewhere, and it reminded me of how some years ago lifelong learning was the whole big idea, also from policy makers. And now Demir, who certainly wasn't living under a rock at the time, comes with ideas about limiting lifelong learning? This is hella confusing at face value. While I am learning of the deeper mechanics that keep policy so repressive and having a tendency towards increased capitalism and quite aware of that, I can't deny a modicum of shock at such a very visible twisting-turning of policy narratives. What is the goal: lifelong learning because we are a knowledge economy in Belgium, or no lifelong learning because we need more proletarian low-schooled workers in an increasingly multipolar world where we aren't certain of which countries we work together with versus are ennemies or what? Oh... OOoooooooh. Okay. But then there's Mercosur and the picture becomes confusing again. I tried to get why the sudden change of direction in policy, but all I got was this lousy new reason to hate the war. Okay, granted someone has to do the handwork, but can we please all learn? It's perfectly reasonable to keep learning while working. But hey, in Germany they already have a concept of “lifestyle-teilzeit-arbeit” and it's a reproach by neoliberal quacks who pretend working halftime because you want to do something else with your life is somehow bad? And then this reminds me of reading somewhere how before modernity kicked us in the nuts with its everlasting exhausting rationalisations and calvinist “you gotta work or else you bad” logics (at least according to Weber), we all found it perfectly normal to arrange your life around having a good life and funding your leisure instead of organising it around being a heartless, feelingless, joylus bundle of working capacity.
failing to express the existential 'meh' this makes me feel
viewVanmorgen dacht ik, zoals elke minuut, intens na. Ik herinnerde me, temidden van dwarrelende gedachtenstromen over vocaties en vakgebieden als wel wat met dat alles aan te vangen, dat men mij destijds in het zesde middelbaar het advies gaf geen journalistiek te kiezen, want dan moest ik veel taken doen en ik was veel te vaak te laat met taken. Maar psychologie, een ander item op mijn drie lang zijnde shortlist, was wel een goed idee, want dan moest ik veel verslagen schrijven en daar was ik goed in, aldus mijn klasleerkracht en overigens lerares Nederlands. Ik bedacht me de onzin van zo'n tegenstrijdig advies, nu ik me voorneem juist een pad te bewandelen dat erg veel schrijfwerk met zich meebrengt. Maar toen drong tot me door: stond journalistiek toen al op mijn shortlist? Hoe anders had mijn leven kunnen lopen! Hoe anders, ware het niet dat men mij meer beoordeelde in gebreke dan in kracht? En hoe vreemd is het, dat de lerares van mijn lievelingsvak – Nederlands, jawel, en ze gaf ook Engels, mijn nummer twee – mij afraadde een praktisch schrijverschap op mij te nemen?
An eastern city bridge stands over a wide stream. On it a daily hassle of business passes by. Along its edges we find all sorts of creatures, human and other. Some are languishing the sun, but most are here from a keen eye for the business that passes by, trying to catch it like a fisherman tries to pick from a stream. Some have the equivalent of the finest fishing gear: a stall, some lovely drapes on the floor, or simply the smile of an angel. Others have to get by with less appealing gear. A small boy sits close to the pillar, in a space where the bridge is too narrow for one of the lavish stalls, and tunes a worn-down ukulele. In front of his lap is a worn down cup, bummed and bruised. A keen eye can make out its tinnen material, under covers of grime. The inside is cleaner, as if used for drinking. Today, however, it holds the spare earnings of a beginning street musician. Takis knows about three chords. About, because in his better days he can muster up a fourth from adapting one of the three, and on his down days he struggles remembering the first two. The boy can't be much older than 13, and is probably younger. Why is his memory so bad, you wonder? His last meal was the day before yesterday. A friendly trader threw him a chunk of chicken rather than a coin. A feast for Takis! He remembers the flavour as if... well,... it... It was yesterday. Almost. The hunger gnaws a soft rythm under his belly while he attempts to string the chords to a tune.
viewIk fietste door een mooie wijk, op de rand tussen bos/veld/heuvels enerzijds en de verstedelijkte omgeving anderzijds, maar ver genoeg om dorpachtig te voelen. Ik fietste naar een plekje op de kaart en vond een prikbord vol gele hartjes. Ik koos er een uit dat me een koffie en een stukje taart in ruil gaf. Het is hier super stil en rustig, maar o zo fijn ingericht. En er liggen boeken. Boeken die ik niet overal zag. Ik pakte er een paar boeiend uitziende vast. Ik ben opnieuw verrast door de kunstzinnigheid van een wereld waar ons gehypte westen zich al te veel van neigt af te sluiten. Ik had een boek vast over de Koran, waar een Amerikaanse journaliste en een Muslim scholar samen zoeken naar wat er wél in staat. “If The Oceans Were Ink” heet het. Door ene Carla Power. Terwijl ik lees en meegenomen wordt in een wereld van reflectie over wereldse gebeurtenissen, bekruipt me het besef dat boeken enorm veel kracht bezitten. Dat zij net daarom zo vaak onder vuur komen te liggen. Dan denk ik: boeken kunnen meer betekenen voor vrede en oorlog dan elke kogel. Waarmee ik niet wil zeggen dat wapens onschuldig zijn, integendeel. Nee, eerder dat woorden, boeken en het lezen ervan een impact hebben die haar gelijke niet kent, zelfs niet in de materiële omstandigheden van ons leven of de planeet waarop wij leven. Stel dat ooit de laatste boom wordt geveld, en stel dat alles om ons heen vergaat, dan nog zullen we bikkelen of kracht vinden in woorden, dan nog zullen we vrede of conflict halen uit tekst. En zelfs als alle boeken verbrand zijn, dan nog zal enkel een verhaal ons kunnen bewegen, want zonder verhaal bestaan wij niet. Laten we dus het best mogelijke verhaal maken, zodat het niet zo ver hoeft te komen. Want ook al zijn boeken duurzaam, waarom zouden we uitstel geven aan de kans om onze woorden en verhalen in te zetten voor vrede, genezing en inspiratie?
viewTongkruid wil zijn zoals het klinkt: van tong tot vruchtbare grond, om niet meer te vergaan. Onkruid, van onderuit, verandert de wereld in een nieuwe vruchtbaarheid, lang nadat alle bovenwereldse poespas vervaagd is in de annalen van een vergankelijk systeem, dat aan haar eigen verdelgers ten onder dreigt te gaan. Ideeën komen, ideeën gaan, tongkruid zal nooit vergaan.
Tussen het plankier van de morrelende loszittende stenen die het patriarchaat en het kapitaal toevallig vergat te onderhouden, ontluikt stiekem een groen sprietje, een eerste zin, een tweede. Weldra zitten we drie zinnen ver in de tweede paragraaf. Hopla, weer een regel. Ergens diep of ondiep onder die halfstenen, half vergane ondergrond zit een kiem vol ideeën te broeden en rijpen, tot haar klanken je oog zullen strelen. Niemand weet nog welke vorm dit prille tongkruid zal krijgen, maar een en ander is al vrij duidelijk: het zal weerbarstig zijn, soms onopgemerkt de omgeving opmerken. Gadeslaan wat er te slaan valt, of zich terugtrekken in een zorgzame spleet waar de voeten van het patrikapitaliarchaat het niet kunnen kwetsen. Zo houdt tongkruid zichzelf in stand temidden van vlagen van de dwang-woede zo typisch voor het normatieve systeem daarbuiten.
Welkom in deze prille beginfase. Tongkruid is ontsproten, en zoals het onkruid betaamt, zal haar tong nooit vergaan. Hou ons maar in 't oog, zodat we je kiezelterras overwoekeren met leven, je prikkelen met onze distels van gedachten, wie weet zelfs een waardig plekje als bloem in de tuin van je hart veroveren. Wat nu niet meer is dan een kriebel onder je blote voeten op het pad, kan zo groot worden dat je in haar schaduw zitten kan. Heilzaam en tegendraads. Tongkruid kondigt zich aan!